Land & Water - Nederland verliest bodemkennis

16 februari 2018

Ieder vervuild stukje bodem in Nederland moet schoon. Tenminste, dat was tot medio jaren negentig hét adagium. Na het gifschandaal in Lekkerkerk in de jaren tachtig stond bodemsanering overal op de agenda. Spruitjes telen moet overal kunnen, was de gedachte. Dat is natuurlijk lastig en dus ging het bodembeleid terecht op de schop. Maar we slaan nu door; het nieuwe beleid is te soft.

Met de aanstaande regelgeving gaat het bodembeleid in de vorm van de aanvullingswet bodem op in de omgevingswet. Dat is een verzameling wetten op het gebied van bijvoorbeeld bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. In de nieuwe verzamelwet is veel minder kwalitatieve aandacht voor onze bodem. Dit betekent het einde van het actief aanpakken van de vervuilde bodem én de Nederlandse koppositie op bodemgebied. Het resultaat? Nederland verliest unieke kennis, kunde en kansen.

Lekkerkerk
Vanaf 1980 werd bodemsanering hot. Lekkerkerk West, een wijk met driehonderd woningen, bleek te zijn gebouwd op zeer vervuilde grond. Het was de eerste keer dat zo'n grote bodemverontreiniging in Nederland aan het licht kwam. Het gifschandaal had grote gevolgen voor de wet- en regelgeving rondom bodemsanering. Op 3 juli 1986 werd de Wet op de Bodemsanering officieel van kracht. Het uitgangspunt: heel Nederland moet schoon. In de tijd die volgde, vergrootte de kennis van ons land op het gebied van bodemgebied enorm. Saneringsbedrijven schoten als paddenstoelen uit de grond. Het was een periode van innoveren en pionieren. In plaats van simpelweg vervuiling weg te scheppen, ontdekten we in-situsanering, waarmee we slimmer kunnen opruimen. Niemand in Europa was zo ver als Nederland.

Exportkansen
Dat had niet alleen een positieve uitwerking op de kwaliteit van onze bodem, maar in potentie ook op onze portemonnee. In Europa, maar bijvoorbeeld ook Zuid-Amerika en China ligt nu een enorme markt, klaar voor sanering. Maar dan heb je wel een gezonde thuismarkt nodig. Zou Nederland meer inzetten op stevige wetgeving, dan kunnen we die potentie ook buiten onze grenzen gaan verzilveren. In plaats daarvan wordt er als gevolg van de nieuwe regelgeving straks veel minder gesaneerd. De uitwerking daarvan laat waarschijnlijk niet lang op zich wachten. Bodemprofessionals gaan iets anders doen, kennis ebt weg en Nederland verspilt zijn voorsprong.

Historisch
Een van de pijlers van het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem is: 'Het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen'. Wat betekent dat? Bodemprofessionals weten dat het in de praktijk niet veel meer betekent dan monitoren, wegschrijven en niks meer doen. Woorden als 'historisch' en 'op duurzame wijze beheren' klinken heel verantwoord, maar is de nieuwe aanpak dat ook? 'Historisch' doet vermoeden dat het hier gaat om zaken die al tot de geschiedenis behoren. Echter: die vervuiling ligt er nog steeds. En ook het woord beheren roept onjuiste associaties op. Vervuiling is geen statisch gegeven dat je kunt beheren. Sterker nog: de meeste vervuiling verspreidt zich vanzelf verder.

Volgende generatie
Nederland zou moeten kiezen voor het actiever aanpakken van vervuilde bodems. Niet in de laatste plaats voor de toekomstige generatie inwoners van ons land. Want wat als een 'beheerde' pluim vervuiling op termijn alsnog in een drinkwatervoorziening terechtkomt? Een gezonde bodem en grondwater zijn schaarse goederen. Door niet op te ruimen, bedreigen we op lange termijn ook de drinkwatervoorziening.

Klimaat
De omgevingswet zou juist moeten bijdragen aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs, maar de bestuurders van ons land lijken zich niet te realiseren dat daarvoor ook een gezonde bodem van belang is! De landbouwgronden in ons milde klimaat zullen in de toekomst nog hard nodig zijn. We zouden daarom moeten inzetten op minder verstedelijking en bestaande vervuilde terreinen zo goed mogelijk moeten schoonmaken en herontwikkelen.

Nederland, bodemland
Wat we nodig hebben, is een robuustere en minder vrijblijvende regelgeving in eigen land. We kunnen daarvoor een voorbeeld nemen aan onze zuiderburen, in Vlaanderen. Nederland is de thuismarkt. Als kennis en innovatie daar bloeien, maken we onze expertise vanzelf ook op andere plaatsen in de wereld te gelde en realiseren we ondertussen ook dat onze eigen bodem schoner en duurzamer wordt. Als we dat gaan zien, benutten we de knappe koppen van eigen bodem en pakken we onze koppositie helemaal terug.

Marco van den Brand, managing director.

bron: Land en Water

Deel deze inhoud op